Misplaatste fixatie regering op CO2-doelen brengt duurzame samenleving niet dichterbij

19 juni 2012 - De huidige regering wil louter koersen op CO2-uitstootdoelen. Het liefst zou het kabinet af willen van andere doelen die goed zouden kunnen zijn voor milieu en klimaat, zoals het doel om in 2020 14% duurzame energie op te wekken. Van het opstellen van nieuwe Europese doelen, zoals een verplichte energiebesparing van 20% in 2020 of een aandeel duurzame energie van 30% in 2030, wil het al helemaal niets weten.

Fixatie
Het kabinet concentreert zich op het doel van 20% CO2-reductie in 2020. Eventueel wil het nog wel nadenken over een nieuw CO2-doel voor 2030 of later. De redenering achter die beleidsfixatie is dat als we maar aan die CO2 doelen vasthouden in combinatie met het Europese handelssysteem ETS, de duurzame samenleving vanzelf realiteit zal worden. Want bedrijven gaan hun CO2-uitstoot verminderen en dit kunnen ze doen door energie duurzaam op te gaan wekken of door hun energieverbruik naar beneden te brengen. De maximale plafonds voor de bedrijven, zoals vastgesteld binnen het ETS, tellen precies op tot het niveau waar de EU in 2020 uit moet komen.

CO2-plas
In theorie werkt het, in praktijk niet. De prijs van CO2-uitstootrechten is te laag om bedrijven te stimuleren te gaan investeren in schone technieken. De rechten zijn voor een appel en een ei te koop. Maar afgezien van de prijs, de meeste bedrijven zwemmen in de rechten. Er zijn er teveel uitgedeeld en in combinatie met de economische recessie heeft dat tot een groot overschot geleid. Dat gaat ook echt niet veranderen in de komende jaren. Dus hoeven bedrijven geen maatregelen te nemen om hun productie te verduurzamen. De impact van het stelsel is daarmee minimaal. Dit weten de VVD en de regering ook wel, en dat is voor hen juist zo mooi. Als ze een transitie naar een duurzame samenleving al onderschrijven dan moet die wel zo pijnloos mogelijk zijn.

Drogreden
Dus wil de oppositie ook andere doelen, zoals een verplichte energiebesparing met 20% in 2020 en een aandeel van 30% duurzame energie in 2030. Minister Verhagen wil er echter niets van weten. Zijn argumenten zijn opmerkelijk. Hij zegt hij in een recente brief dat niet valt te voorspellen wat het aandeel duurzame energie in 2030 zal zijn. Kan zijn, maar dat doet er niet zo veel toe. Je stelt een doel op om ergens uit te komen. Vervolgens neem je maatregelen om het doel te halen; het aandeel duurzame energie zal zeker niet vanzelf naar 30% toe kruipen. Dat maakt ook meteen dat het aandeel duurzame energie in dat jaar al een stuk beter te voorspellen valt. En als het argument al zou gelden voor het duurzame-energie doel, dan geldt het natuurlijk ook voor de CO2-uitstootdoelen.

Weg met de doelen
Toch is het opstellen van allerlei andere doelen ook niet echt de oplossing. Het leidt enorm af. Hele gevechten breken uit over de vragen wat het doel moet zijn, of de doelen gehaald worden (welles, nietes), en hoe dat dan gemeten moet worden. De minister is geneigd om allerlei draconische maatregelen te nemen om maar te laten zien dat hij iets doet, en de verwachte resultaten worden flink opgeklopt. De oppositie zet hier dan weer vraagtekens bij, etc. Daarom: laat die doelen maar voor wat ze zijn. Ga gewoon aan de slag. Van belang is dat langzaam maar zeker allerlei zinvolle stapjes gezet worden op het lange pad naar een meer duurzame samenleving en dat bij de beoordeling van projecten veel aandacht is voor de haalbaarheid ervan, en daarna voor de uitvoering. Wat dan het precieze aandeel duurzame energie in 2020 of 2030 is, dat zien we dan wel.

Jurgen Sweegers

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn