Belast werkelijk vermogensrendement, met progressief tarief, geen nieuwe fantasie-tarieven

9 oktober 2015 - Het ministerie van Financiën komt met een nieuw systeem om belasting op vermogen te kunnen heffen. Er komen drie fictieve tarieven, in plaats van één zoals nu. En dat terwijl iedereen wil dat de Belastingdienst zo snel mogelijk overgaat tot het heffen van werkelijke rendementen en staatssecretaris Wiebes al heeft toegezegd dat dit uiteindelijk zal gaan gebeuren. Kamerleden vinden het dan ook een beetje onzin om voor die paar jaar een ander systeem op te tuigen, zo bleek tijdens de Financiële beschouwingen.

Oneerlijk
Mensen betalen belasting over het rendement wat ze met hun vermogen halen. Het belastingtarief is 30% en verondersteld wordt dat iedereen een rendement van 4% per jaar haalt. Vandaar een heffing van 1,2% over het vermogen (30% maal 4%). Dit wordt door velen als heel oneerlijk gezien omdat het rendement in werkelijkheid veelal een stuk lager ligt dan 4%. Vandaar dat er steeds meer stemmen opgaan om dit te veranderen. Een recente uitspraak van de Hoge Raad heeft hier extra munitie voor gegeven.

Denkarbeid
Dus is er heel diep nagedacht op het ministerie van Financiën en daar is wat uitgekomen. De plannen zijn met Prinsjesdag gepresenteerd. Het tarief blijft hetzelfde: 30%. Maar er wordt meer gevarieerd bij het vaststellen van het fictieve rendement. Verondersteld wordt dat het rendement 2,9% is voor het vermogen voor zover dat lager is dan een ton. Voor zover het vermogen tussen een ton en een miljoen ligt is het verondersteld rendement 4,7% en daarboven is het rendement 5,5%.

Toverhoed
Dat zijn niet zomaar getallen die uit de lucht komen vallen. Er ligt een hele redenatie achter, die niet zo heel erg overtuigend is. Verondersteld wordt dat het rendement op spaargeld 1,6% is en op beleggingen 5,5%. Vervolgens wordt gezegd: mensen met een vermogen tot een ton hebben tweederde daarvan op een spaarrekening staan en eenderde belegd. Dus het (gewogen) gemiddelde rendement is 2,9%. Mensen met een vermogen tussen een ton en een miljoen hebben daarvan 21% op een spaarrekening en de rest is belegd; daar rolt dan een rendement van 4,7% uit. En op het vermogen voor zover dat een miljoen te boven gaat wordt een rendement van 5,5% gehaald. Dat wordt namelijk geheel belegd. Tamelijk arbitrair en gezocht allemaal dus. Iedereen zal een andere verdeling hebben over spaargeld en beleggingen en iedereen zal totaal andere rendementen halen.

Cijferbrij
Die rendementen van sparen en beleggen zijn gebaseerd  op langjarige gemiddelden, zo zegt het ministerie van Financiën. Ze zullen ieder jaar aangepast worden. Het is echter wel heel toevallig dat de rendementen op basis van die langjarige gemiddelden dan uitkomen op de percentages  die het ministerie noemt, die in de buurt liggen van de nu gehanteerde 4%. We denken derhalve dat er flink gemanipuleerd is met die cijfers.

Moeilijk, moeilijk, moeilijk
En dit terwijl iedereen ondertussen vindt dat de Belastingdienst het vermogen moet gaan belasten op basis van het werkelijke rendement. Staatssecretaris Wiebes zegt dan: moeilijk, moeilijk, moeilijk, maar dat lijkt een beetje onzin. Iedereen met vermogen krijgt ieder jaar een overzicht van de saldi op de spaarrekeningen aan het begin en einde van het jaar daarvoor, inclusief de ontvangen rente. Degenen met een beleggingsportefeuille krijgen de stand van die portefeuille aan het begin van het jaar en het einde en daarbij ook nog een overzicht van de ontvangen rente en dividenden. Zowel de werkelijke inkomsten als het koersrendement kunnen makkelijk worden uitgerekend. Het is nauwelijks voor te stellen dat het opgeven van de werkelijke rendementen ingewikkelder is dan het systeem wat de Belastingdienst nu bedacht heeft.

Koersverliezen
Er zal dan ook wel wat anders achter zitten. Op het moment dat Wiebes werkelijk rendement gaat belasten dalen de belastinginkomsten significant. Ik durf te stellen dat niet alleen spaarders een rendement hebben dat veel lager is dan 4%. Veruit de meeste beleggers zullen ook een veel lager rendement hebben; velen zullen zelfs koersverliezen hebben. Sterker nog: waarschijnlijk is de reden van de komst van een fictief rendement van 4% gelegen in de wens van Financiën om de belastinginkomsten op peil te houden, in een tijd dat de koersen op de beurzen flink gingen dalen. Ook het feit dat nu niet meer het gemiddelde van het vermogen op 1 januari en 31 december moet worden genomen, maar alleen het vermogen aan het begin van het jaar (dat veelal hoger ligt in tijden van dalende beurskoersen) heeft hier mee te maken, denk ik.

Verliezen
Mogelijke beleggingsverliezen zijn een ander punt wat om de hoek komt kijken als werkelijke inkomsten belast worden. Wat te doen met verliezen? is de belasting dan nul of krijgt iemand recht op aftrek als hij verliezen heeft? Mag hij die verliezen aftrekken van zijn belastbaar inkomen (in box 1). Of hij zou het kunnen verrekenen met winsten in andere jaren. De daling van de belastinginkomsten neemt dan nog sterker toe.

Rechtsongelijkheid
Maar toch zal er uiteindelijk een belasting op werkelijke rendementen komen. Dat heeft Wiebes zelf al toegezegd. Het lijkt dan ook niet verstandig om een heel nieuw systeem met drie nieuwe 'fantasie-rendementen' te introduceren, zoals Kamerleden ook al opmerkten. Het is een hoop werk voor niets. Daarnaast zal dit nieuwe systeem waarschijnlijk onderuit gaan bij de rechter. Want het is tamelijk onzinnig om te veronderstellen dat iemand met een groot vermogen een hoger rendement heeft dan iemand met een klein vermogen. Dat begint op rechtsongelijkheid te lijken.
Het was veel logischer geweest om te gaan variëren met de tarieven; dus bijvoorbeeld 20% voor mensen met minder dan een ton en 40% voor mensen met meer dan een ton. Dan krijg je een progressief systeem, net als bij de belastingheffing voor zaken die in box I vallen, en dat is algemeen geaccepteerd. De enige reden waarom er niet gevarieerd is met de tarieven en wel met de veronderstelde rendementen is waarschijnlijk dat de VVD bang is dat de eigen kiezers een systeem dat de term 'progressief' bevat niet zullen accepteren. Terwijl er nu in feite hetzelfde gebeurd.

Werkelijke belastingheffing
Kortom, beter maar niet beginnen aan zo'n nieuwe fictie bestaande uit drie veronderstelde rendementen. Ga maar snel werken aan een systeem waarbij werkelijke rendementen belast worden. Om de belastinginkomsten op peil te houden kunnen dan de tarieven verhoogd worden. Of, nog beter, voer progressieve tarieven in, op basis van de hoogte van het vermogen. Mensen met een vermogen boven de ton betalen dan bijvoorbeeld 35% of 40% over het werkelijke rendement. Zo'n systeem zal waarschijnlijk het meest tegemoet komen aan zowel de gevoelens van rechtvaardigheid van de belastingbetalers als aan de wens van Financiën om de inkomsten op peil te houden. De VVD zal protesteren, maar dat moet dan maar even.

PS: de Tweede Kamer nam dinsdag een motie aan waarin de regering gevraagd wordt in kaart te brengen wat er moet gebeuren om werkelijke rendementen te gaan belasten.

Jurgen Sweegers
Kenniscentrum Geldengroen.net
Copyright © Geldengroen.net

 

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn