Iedereen heeft z'n plasje gedaan, Kamer kan beslissen over splitsing

18 november 2005 - Iedereen in Nederland die ook maar iets met de energie te maken heeft, heeft nu z'n plasje over de splitsing wel gedaan. Ondernemingsraden, vakbonden, werkgevers- en ondernemingsverenigingen: allemaal zijn ze in het afgelopen jaar in de pen geklommen om hun mening te ventileren.

Oude en nieuwe energiebedrijven, aandeelhoudende provincies, een enkele gemeente, advocatenkantoren en banken, milieuverenigingen en milieuactivisten, adviseurs die uit het niets tevoorschijn komen; zelfs journalisten geven blijk van een mening over de vraag of de splitsing al dan niet moet doorgaan. Vandaag nog kwam de vertegenwoordigers van de tuinbouwsector met een oordeel: zij zijn voorstander.

Goed natuurlijk, een dergelijke vorm van 'actieve democratie'; waarbij iedereen zich met het overheidsbeleid bemoeit. Hoewel in veel gevallen de stukken in de media weinig met actieve democratie te maken hadden, maar meer met een ongebreidelde lobbycampagne van de energiebedrijven om de plannen van tafel te krijgen.

Het is echter niet zo dat de standpunten van al die betrokken partijen in het afgelopen jaar nog veel hebben toegevoegd aan de discussie, met alle respect voor hun inspanningen. De argumenten vóór en tegen de splitsing zijn nu wel zo'n beetje bekend.

Het bekende argument vóór houdt in dat door de splitsing bevoordeling door de netwerkbedrijven van de eigen leveringsbedrijven niet meer mogelijk is. Dat zou nu wel gebeuren. Bij een splitsing kan de toezichthouder bovendien beter toezicht houden op beide onderdelen, onder meer om te controleren of er geen onrechtmatige kruissubsidiëring plaatsvindt.

Het belangrijkste argument van het ministerie van Economische Zaken voor splitsing is echter de mogelijkheid die het geeft om de netwerkbedrijven in overheidshanden te houden, terwijl de aandeelhouders de mogelijkheid krijgen om de rest van het bedrijf van de hand te doen. Een deel van de overheidsaandeelhouders -gemeentes en provincies- wil dit inderdaad. Niet duidelijk is echter wat er met de netwerken op de lange termijn moet gebeuren. Blijven ze voor de eeuwigheid in handen van de lagere overheden?

De tegenargumenten zijn ook genoegzaam bekend. Zo zouden de energiebedrijven, als ze opgesplitst zijn, "ten prooi vallen" aan grote buitenlandse bedrijven. Die zouden de aandelen van de lokale overheden opkopen. De gedachte is dat de bedrijven, als ze ongesplitst blijven, niet worden overgenomen door deze grote buitenlandse concerns. Dit opkopen zou tevens veel banen gaan kosten, zo beargumenteren vakbonden.

Splitsing is bovendien juridisch lastig te verwezenlijken vanwege afgesloten cross border leases, zo stellen de tegenstanders. En verder is de voorzieningszekerheid in het geding. Er zal minder geïnvesteerd worden in nieuw (groen) productievermogen, omdat de financiële kracht van de bedrijven wordt aangetast.

Door de onuitputtelijke stroom ingezonden brieven en opiniestukken over de splitsing, zou je bijna vergeten dat de regering al lang een beslissing heeft genomen. Het enige dat rest is een oordeel van de Tweede Kamer over die beslissing.

Er is niemand in Nederland die op grond van objectieve criteria tot de conclusie kan komen dat de splitsing al dan niet goed is voor het land. Bij het afwegen van de mogelijke voors en tegens spelen subjectieve inschattingen een grote rol. Bovendien moeten risico's worden ingeschat dat de effecten heel anders zullen zijn dan nu wordt voorzien.

Het is de taak van de parlementariërs om deze afweging te maken en daarbij het algemeen belang in de gaten te houden. Zij zijn degenen die het moeten doen en zij zijn ook degenen die dat, gezien alle private belangen die een rol spelen, het beste kunnen doen.

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn