Twintig redenen waarom de Hoge Raad de splitsingswet in ere moet herstellen

17 februari 2012 - Het Gerechtshof Den Haag heeft een fout gemaakt door de splitsingswet in 2010 ongeldig te verklaren. De overheid moet in staat zijn om publieke bedrijven op te splitsen als daar goede redenen voor zijn en als daar goede wetten aan ten grondslag liggen. De Hoge Raad doet er derhalve goed aan de uitspraak van het gerechtshof te corrigeren, helemaal gezien het feit dat Europese wetgeving inmiddels voorschrijft dat energiebedrijven zich op moeten splitsen.

Drieërlei
Op 24 februari komt de Hoge Raad als het goed is eindelijk tot een uitspraak, in de cassatie-zaak die door het ministerie van Economische Zaken is aangespannen vanwege de uitspraak van het gerechtshof. Er zijn drie opties, zo meldde minister Verhagen donderdag tijdens een debat. De Hoge Raad kan de uitspraak vernietigen, kan de uitspraak bekrachtigen of kan besluiten om prejudiciële vragen te gaan stellen aan het Europese Hof van Justitie. Dat laatste zou tot jaren uitstel van de uitspraak leiden, waarmee de huidige onzekere situatie blijft voort bestaan. Ook betekent het dat de energiemarkt een ongelijk speelveld zal blijven, omdat de bedrijven Eneco en Delta, die zich nog niet hebben opgesplitst, een concurrentie-voordeel hebben ten opzichte van de andere energiebedrijven.

Een beetje zwanger
Het beste kan de Hoge Raad de uitspraak vernietigen. Daar is ook alle reden toe want de argumenten van het Gerechtshof deugden niet. Het Gerechtshof vernietigde de splitsingswet omdat het vond dat de Europese regels van het vrije verkeer van kapitaal van toepassing zijn. Die zijn in principe alleen van toepassing op private bedrijven, maar het Hof vond dat energiebedrijven, hoewel in publieke handen, private bedrijven zijn omdat het privatiseringsverbod "niet absoluut" zou zijn. Splitsing van energiebedrijven is niet te verenigen met deze regels van het vrije verkeer van kapitaal, zo vonden de rechters. Er waren volgens hen ook geen 'dwingende redenen van algemeen belang' om die regels alsnog buiten werking te stellen. Privatisering was echter wel degelijk verboden bij wet.

Goede zaak
Behalve dat de uitspraak niet deugde hebben de afgelopen jaren laten zien dat de splitsing een goede zaak is geweest voor Nederland en de Nederlandse energie-afnemer. De onafhankelijke netwerkbedrijven die zijn ontstaan hebben zich enthousiast van hun publieke taak gekweten en spelen nu een grote rol in verduurzaming van de energievoorziening. In de jaren daarvoor daarentegen waren ze aan het wegkwijnen in de grote holding, en stonden hun activiteiten geheel in dienst van de commerciële belangen van het moederconcern. Om de voordelen van splitsing ten volle te kunnen benutten moeten ook Delta en Eneco zich opsplitsen. En bovendien komt er dan een einde aan het ongelijke speelveld op de Nederlandse energiemarkt, wat alleen maar is ontstaan omdat sommige bedrijven wat meer geneigd waren zich aan de wet te houden dan andere bedrijven.

Onafhankelijk netbeheer
Ten slotte is het op dit moment juist Europa die van de lidstaten verlangt dat de energiebedrijven worden opgesplitst. Nederland liep met de splitsingswetgeving voorop; sterker nog, Nederland heeft als voorbeeld gediend voor Europa. Wel is het zo dat Europa niet eist, in tegenstelling tot Nederland, dat de bedrijven op eigendomsniveau worden opgesplitst. De Europese richtlijn, die donderdag werden behandeld in de Tweede Kamer, schrijft voor dat de bedrijven één van drie opties kiezen, waarvan splitsing op eigendomsniveau er één is. De andere zijn meer administratief van aard. Maar in alle gevallen moet de aansturing van de netten onafhankelijk zijn, dus niet gehinderd door directieven van het moederconcern. Het was dus tamelijk absurd dat de Haagse rechters de splitsingswet, die vooruit liep op Europese wetgeving, naar de prullenbak verwezen vanwege Europese regels.

Kortom, de Hoge Raad móet de uitspraak van het Gerechtshof ongeldig verklaren en de splitsingswet in ere herstellen en wel om de volgende redenen:

  1. De splitsingswet is in het belang van Nederland en de Nederlandse energievoorziening.
  2. Het is de enige manier om de netwerkbedrijven in overheidshanden te houden en om het tegelijkertijd mogelijk te maken dat de commerciële takken verkocht kunnen worden.
  3. Netwerkbedrijven moeten in overheidshanden gehouden worden omdat het per definitie natuurlijke monopolies zijn. De klant zal nooit kunnen kiezen tussen verschillende netwerkbedrijven.
  4. De commerciële takken moeten verkocht kunnen worden omdat de commerciële risico's voor de publieke aandeelhouders (gemeenten en provincies) anders te groot worden.
  5. Netwerkbedrijven kunnen het publieke belang het beste dienen als ze in overheidshanden zijn.
  6. De wet maakt dat alle bedrijven en particulieren in gelijke mate toegang hebben tot de netten.
  7. Het management van de afgesplitste netwerken kan zich nu volledig richten op het in stand houden van goede netwerken, waarbij ook rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen.
  8. Er was in tegenstelling tot wat het Gerechtshof stelde wel degelijk sprake van kruissubsidiëring. Dit hebben de bedrijven zelf ook toegegeven. Die kruissubsidiëring is nu ten einde bij de bedrijven die gesplitst zijn en nog niet bij de bedrijven die niet gesplitst zijn. Zo wordt Delta overeind gehouden door het netwerkbedrijf.
  9. De waarde van de splitsingswet heeft zich al in de praktijk bewezen. Netwerkbedrijven spelen een cruciale rol in verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening. Als ze nog onderdeel waren geweest van grote commerciële energiebedrijven hadden ze die rol zeker niet in die mate opgepakt.
  10. Er zijn dus wel degelijk 'dwingende redenen van algemeen belang' die maken dat de regels van het vrije verkeer van kapitaal buiten werking kunnen worden gesteld, als ze al van toepassing zijn.
  11. De overheid moet het recht hebben om middels doorwrochte wetgeving bedrijven te splitsen, zelfs als dat private bedrijven zijn.
  12. Heel de politiek van links tot rechts vindt dat netwerkbedrijven in publieke handen moeten zijn en blijven, in ieder geval een meerderheidsaandeel daarvan.
  13. Het privatiseringsverbod was in de wet verankerd, in tegenstelling tot wat het Gerechtshof veronderstelde. Bij publieke bedrijven gelden de regels van het vrije verkeer van kapitaal niet en die zijn derhalve niet van toepassing op de energiebedrijven.
  14. Een niet-absoluut privatiseringsverbod is een contradictio in terminus. Iets kan niet een beetje verboden zijn, net zo goed als een vrouw niet een beetje zwanger kan zijn.
  15. Toezichthouder ACM zal nooit in staat zijn om eventuele kruissubsidiëring en andere vormen van beïnvloeding van het netwerkbedrijf door het management van de holding uit te sluiten, wat ook in tegenstelling is tot wat het Gerechtshof zegt.
  16. De rechterlijke macht moet respect hebben voor de wetgevende macht. Jarenlang is er eerst door de Tweede en toen door de Eerste Kamer over de wet gediscussieerd totdat er een uiterst gebalanceerde wet uitkwam die zo goed mogelijk rekening hield met alle belangen, en niet alleen met die van hen die de duurste advocaten in dienst kunnen nemen.
  17. Europa schrijft zelf ook een splitsing voor en de rechters kunnen dus niet middels een verwijzing naar Europa stellen dat splitsing verboden is.
  18. Als de Hoge Raad de uitspraak van het Gerechtshof zou bevestigen ontstaat de absurde situatie dat Nederland van Europa opnieuw een wet moet gaan optuigen die precies hetzelfde regelt als een wet die de rechters zojuist buiten werking hebben gesteld.
  19. Als de splitsingsuitspraak in tact zal worden gelaten zullen de bedrijven die hun netwerk hebben afgesplitst grote schade-claims gaan indienen tegen de staat.
  20. Als de uitspraak in tact wordt gelaten zal het huidige ongelijke speelveld waarbij Eneco en Delta een concurrentievoordeel hebben ten opzichte van de al gesplitste commerciële energiebedrijven, in tact blijven.

Kenniscentrum Geldengroen.net
Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn