Kabinet is ambitieus bij stimuleren elektrische auto maar er zijn nog veel beren op de weg

3 juli 2009 - Het kabinet gaat elektrisch rijden stimuleren. Mensen die zo’n auto kopen krijgen vrijstelling van de aankoopbelasting BPB en van motorrijtuigenbelasting. Ook zal de bijtelling voor mensen die in een lease-auto rijden met 10% lager zijn dan die van andere auto’s. Verder gaat het kabinet bekijken of, als de kilometerheffing is ingevoerd, de elektrische auto’s hiervan ook vrijgesteld kunnen worden. Die kilometerheffing staat nu voor 2018 op het programma. Nederland moet in de periode 2009-2011 “een proeftuin en gastland” voor de elektrische auto worden, zo schrijft het kabinet.

Moties van Kamer
Het kabinet beantwoordt met het nieuwe beleid aan moties die in de afgelopen jaren zijn ingediend door leden van de Tweede Kamer. Die had gevraagd om meer ambitie bij het stimuleren van de elektrische auto. Die ambitie is er nu. In 2025 moeten er meer dan een miljoen elektrische auto’s op de Nederlandse wegen rijden. Onder elektrische auto’s verstaat het kabinet overigens ook zogenaamde plug-in hybrides. Dat zijn auto’s met een verbrandingsmotor en een elektromotor die opgeladen kan worden met een stekker en het stopcontact. Toyota bijvoorbeeld, bekend van de hybride Prius, wil die later dit jaar ook als plug-in op de markt brengen.

Waaier aan maatregelen
Het kabinet zet een brede waaier aan maatregelen in om de elektrificatie van het Nederlandse autopark mogelijk te maken. Naast de fiscale maatregelen komt er subsidie voor praktijk- en demonstratietesten. Daarnaast krijgen Nederlandse producenten en toeleveranciers van auto’s een “financiële impuls” bij investeringen in de ontwikkeling van de auto. Nederland heeft weliswaar geen autoproducenten maar wel veel toeleveranciers, zo stelt het kabinet in de brief aan de Kamer. Bedrijven die overgaan op de elektrische auto krijgen per auto 8.000 euro aan subsidie/fiscale maatregelen bij de aanschaf ervan. De overheid wil zelf fungeren als launching customer; overheden zullen de eerste grote afnemers van de nieuwe voertuigen zijn.Overheden zullen aangemoedigd worden om de auto’s te kopen.

Formule E-team
Er wordt een zogenaamd Formule E-team gevormd dat de marktintroductie vorm moet gaan geven. In dit E-team zullen de belangrijkste partijen die in Nederland werken aan de elektrische auto vertegenwoordigd zijn. Dat E-team moet onder meer gaan zorgen voor een gestandaardiseerd laad- en betaalsysteem. Er zijn trouwens al plannen voor de ontwikkeling van zo’n laadsysteem. Zo hebben de gezamenlijke energienetbeheerders zich voorgenomen om in Nederland 10.000 oplaadpunten te realiseren. Ook de NS en Prorail zijn van plan om te zorgen voor elektrische laadpunten op strategische plaatsen in het land, waarbij gebruik wordt gemaakt van het elektrische netwerk voor de treinen, dat er al ligt.

Poepieduur
Er zijn nog wel een aantal problemen. Zo is het aanbod erg beperkt. Er zijn al wel twee elektrische auto’s op de Nederlandse markt, maar dat zijn een kleine Noorse City Think (formaat Smart) of een dure sportauto Lotus Elise. Ook zou de organisatie ECE in staat zijn om VW Golfjes om te bouwen tot elektrische voertuigen. Energiebedrijf Essent wil er hiervan eind dit jaar 50 op de weg hebben rijden. Overigens zijn de grote automerken wel druk bezig met de ontwikkeling van elektrische auto’s en zullen er eind dit jaar, volgend jaar meer op de markt komen. Een ander probleem is de prijs. Zo zou zo’n omgebouwde Golf ongeveer 90.000 euro gaan kosten, niet echt een optie voor de gemiddelde autokoper, nog even afgezien van de vraag of een Golfkoper wel iets ziet in elektrische auto’s. Juist Golfjes moeten vaak juist zoveel mogelijk lawaai maken.

Verder is de beperkte actieradius natuurlijk een probleem. Die van de City Think is 180 kilometer en die van de Lotus en de VW Golf 360 kilometer. Een andere beer op de weg is het gebrek aan accu’s. Zo lukt het Essent niet om het gewenste aantal Golfjes te krijgen vanwege de schaarste aan accu’s.

’s Nachts in het stopcontact
En dan is er het gestandaardiseerde oplaad- en betaalsysteem, dat er nog niet is. Onduidelijk is nog hoe dat er precies uit komt te zien. Er lijken drie opties te zijn. Of de auto’s worden opgeladen met de stekker in een normaal stopcontact. Dit duurt echter uren, dus dan kan eigenlijk alleen maar ’s nachts als de auto voor de deur staat. Het maken van verre ritjes zit er dan echt niet in. Of er komen een batterijen die je onderweg kunt verwisselen. Je levert de lege in bij een ‘elektrostation’ en je krijgt daar een volle voor terug. Het is dan handig als de autofabrikanten afspraken maken over een soort standaardbatterij. Dit zou de ontwikkeling van zo’n laadsysteem vergemakkelijken. Anders moeten elektrostations van elk type auto een aparte batterij in voorraad hebben. Of dat gaat gebeuren is de vraag, want het lijkt net zoiets te zijn als vragen of ze allemaal eenzelfde motor willen gaan maken. Op het gebied van stekkers is er echter al wel een afspraak gemaakt, zo schrijft het kabinet. Autofabrikanten onder leiding van General Motors zijn daarvoor een standaard overeengekomen.

A-team had het makkelijker
Een derde optie is dat de auto opgeladen wordt met behulp van oplaadpunten die een hoger vermogen hebben dan de 220 volt die mensen thuis hebben. Ook dit zal de nodige voeten in aarde hebben. Kortom, het A-team, waar de nieuwe club van de overheid mogelijk naar vernoemd is, had het wellicht nog wel makkelijker bij het uitvoeren van hun opdrachten dan het E-team die nu in de startblokken staat.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn