Er moet weer iets gestimuleerd worden: elektrische auto’s deze keer

5 juli 2009 - Opeens heb je het als kabinet. We moeten allemaal elektrisch gaan rijden, want dat is zo schoon. Decennialang heb je de vervuilende olie-en gasindustrie (lees: Shell) de hand boven de hoofd gehouden, maar dan opeens gaat de gulle Nederlandse overheidshand naar autoproducenten en naar energiebedrijven, want die maken de stroom die nodig is voor de elektrische auto's. Overigens gebeurt dat veelal met vervuilende kolen- en gascentrales. Maakt niet uit: elektrische auto's hebben die zweem van iets innovatiefs om zich heen hangen en moeten daarom weer gestimuleerd worden. Je wilt niet weten wat er de laatste weken allemaal in aanmerking is gekomen voor subsidie alleen maar omdat het 'innovatief' is. Zo moet de kweekvisserij in Nederland gestimuleerd worden want dat is zo innovatief en Nederland loopt op dat gebied hopeloos achter, zo wordt er dan ook vaak bij gezegd. Het komt blijkbaar niet meer in politici op dat als een project werkelijk zo fantastisch is en als iedereen daar zo over denkt en niet alleen een handjevol ambtenaren en politici en de voorvechters in de markt, de kans groot is dat het zich zelf wel bewijst.

Subsidie voor een ritje rijden
In dit geval is er 65 miljoen euro beschikbaar. Mensen die een elektrische auto gaan kopen hoeven geen BPM en wegenbelasting te betalen. Niet echt subsidie maar meer het achterwege laten van belasting. Wel komt er subsidie voor ‘praktijktesten’ en voor de aanschaf van elektrische auto’s door bedrijven, zo laat het kabinet weten. Bedrijven krijgen 8.000 euro per auto. Verder komt er ‘20% voordeel’ voor bedrijven die investeren in infrastructuur: ofwel oplaadpunten voor onderweg. Ook krijgen Nederlandse producenten van auto’s en toeleveranciers een financiële impuls en is het de bedoeling dat het Rijk en andere overheden de stille karretjes snel gaan aanschaffen om zo als launching customer voor die innovatieve autofabrikanten te fungeren, zoals ze dat zelf dan noemen. Er wordt een heus E-team ingezet die “uitdagingen, kansen en dilemma’s op het gebied van elektrisch rijden gaat opzoeken en aanpakken”, aldus het kabinet. Ook moet dat team er voor gaan zorgen dat er een gestandaardiseerd laad- en betaalsysteem voor elektrisch rijden komt. De doelstellingen: die zijn weer ‘ambitieus’. In 2025 rijden er volgens het kabinet 1,3 miljoen elektrische auto’s op de Nederlandse wegen.

Poepieduur
Er zijn echter een paar problemen. De eerste is dat er nog nauwelijks elektrische auto’s te koop zijn. De enige productieauto die in Nederland te koop is, is de Noorse ThinkCity, een soort Smart. In het sportsegment is er de Lotus Elise Electric. Ook zouden er inmiddels een bedrijf zijn dat Golfjes ombouwt tot elektrische auto's. De vooruitzichten zijn wel veelbelovend. Eind dit jaar en volgend jaar komen waarschijnlijk wel nieuwe merken op de markt. Alle autofabrikanten zijn bezig met de ontwikkeling van elektrische auto’s.
Het tweede probleem is dat ze peperduur zijn. De prijs van de Golf zou al 90.000 euro zijn, dus over die Lotus hebben we het maar helemaal niet meer. Dat is voor al die overheden die launching customer willen zijn geen probleem, want die slaan dat om naar de portemonnee van de burger. Maar wel voor de normale consument. Het derde probleem is dat er een enorm gebrek aan accu’s is. Essent, dat vorig jaar met veel tamtam aankondigde dat het de elektrische auto in Nederland zou gaan introduceren, liet vorige week toevallig weten dat het de ambities heeft teruggeschroefd. Het bedrijf had vijftig Golfjes willen laten ombouwen maar dat gaat niet lukken, vanwege het gebrek aan accu's. Gelukkig staat die Lotus Elise al wel te glimmen in de garage van Essent in Den Bosch.

A-team heeft het makkelijker
En dan is er nog dat gebrek aan een gestandaardiseerd oplaad en betaalsysteem. Er zijn twee opties. Of dat oplaadsysteem bestaan uit een stopcontact. Zo wordt de auto altijd gepresenteerd. Je hoeft de stekker maar in het stopcontact te steken en hij laad zich op. Ja, maar dat duurt dan wel uren. Dat kan dus alleen ’s nachts als de auto thuis voor de deur staat. De ritjes die je maakt kunnen dan niet langer zijn dan de actieradius van de auto, die vaak nog niet heel erg groot is. Die van de Think City is 180 kilometer en die van de Lotus 350 kilometer.
Een tweede optie is dat er bij het ‘Elektrostation’ opgeladen batterijen kant en klaar te koop zijn. Je lege batterij trek je uit je auto en verwisselt die voor een vol exemplaar. Vraag is of autofabrikanten voor zo’n systeem kiezen en of ze het dan eens worden over een standaardbatterij. Dat lijkt net zoiets te zijn als ze vragen of ze allemaal dezelfde motor willen kiezen. Het A-team, waar het E-team wellicht naar vernoemd is, had het makkelijker.

Jurgen Sweegers

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn