Meneer Rutte, geef ons een minister mét verstand van economie en energie

5 augustus 2010 -  Het ministerie van Economische Zaken kan wellicht het beste worden opgedoekt. Het ministerie is niet in staat om een rol van betekenis te spelen bij het stimuleren van de  Nederlandse economie. In plaats daarvan heeft het zich ontpopt tot een soort uitkeringsinstantie voor het bedrijfsleven. Het enige verschil met de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen kansloze bedrijven werden gesteund, is dat nu kansrijke bedrijven worden vertroeteld. Maar, meneer Rutte, als het ministerie dan toch moet blijven bestaan, geef ons dan ten minste een minister met verstand van economie en energie.

Ministerie van brieven, telefoons, stroom en gas
Het ministerie van Economische Zaken verdient eigenlijk nauwelijks die naam, in de zin dat het zich druk maakt om algemeen economische zaken. Het is vooral het ministerie van Post, telecom en energie. Dat vergt vooral heel veel geregel. In de laatste jaren is het ministerie daarnaast heel veel geld gaan uitgeven aan alles wat naar innovatie riekt, zonder dat het nut daarvan ooit is aangetoond. Geen wonder dus dat er bij tijd en wijle stemmen opgaan om het ministerie op te heffen. De afdeling Post, telecom en energie kan naar het ministerie van Landbouw, aan de overkant van de straat in Den Haag, dat dan wordt omgedoopt tot het ministerie van Sectorale ondersteuning, of zoiets. Innovatie-subsidies kunnen opgeheven worden. Goede innovaties bewijzen zichzelf wel. Uiteindelijk is de markt, alle mensen en bedrijven samen dus, de beste keurmeester van nieuwe vondsten.

Energie niet, of juist wel, naar het ministerie van Vrom
Energie zou natuurlijk ook bij het ministerie van Vrom gevoegd kunnen worden, omdat daar al een deel van het beleidsterrein ligt. Het gevaar is dan echter dat het beleid één grote stroperige ellende wordt, zoals alles daar één grote stroperige ellende is. Maar aan de andere kant is het misschien juist goed als de rationele ambtenaren van Economische Zaken gaan intrekken bij het ministerie van Vrom; dan kunnen ze iets doen aan de cultuur daar. Een apart ministerie van Energie, waar het Financieele Dagblad laatst voor pleitte, lijkt niet echt nodig. Er moeten een paar goede keuzes gemaakt worden; daar is geen apart ministerie voor nodig. En de trend om politiek en energie steeds meer met elkaar te vermengen, iets waar vooral dictatoriale regimes als dat van Rusland een handje van hebben, kan maar het beste zo snel mogelijk een halt toe worden geroepen. En, trouwens, we moeten toe naar minder ministeries en minder ambtenaren en niet naar meer.

Studie economie geen overbodige luxe
Als het ministerie van Economische Zaken desalniettemin blijft bestaan, dan verdient het een goede minister, mét verstand van economie en energie, en met het vermogen om de economie als geheel te overzien. Zo iemand kan dan wellicht een rol van betekenis spelen bij het opzwepen van de Nederlandse economie (wat niets met geld te maken hoeft te hebben). De ministersbaan mag niet dienen als beloning voor iemand die zich verdienstelijk heeft gemaakt in de partij, net nadat hij of zij naast een andere post greep, zoals in de afgelopen kabinetsperiode het geval was (Van der Hoeven wilde eigenlijk voorzitter van de Tweede Kamer worden). Een gedegen economische opleiding is daarbij geen overbodige luxe. Natuurlijk, deze studie is niet zaligmakend, en economen zijn geen superieur ras. Maar iemand die in zijn jonge jaren voor economie koos, heeft aangetoond dat het onderwerp hem boeit en heeft hopelijk ook het één of ander meegekregen van de theorieën die worden onderwezen; alle theorieën en niet slechts een uitgeklede versie van de theorieën van Keynes.

Geen economie voor dummies
Economen leren al vanaf het eerste jaar dat economie gaat over schaarse middelen, die worden aangewend om de welvaart te maximeren. Dat laatste hebben de meeste politici wel begrepen, maar ze vergeten het eerste deel: namelijk dat middelen schaars zijn. Economen beseffen over het algemeen wellicht iets meer dat er keuzes gemaakt moeten worden en dat kosten en opbrengsten op korte of lange termijn min of meer in evenwicht moeten zijn. Niet-economen zoals Job Cohen lijken blind te geloven in een soort ‘dummies-variant’ van deze theorie, die erop neer komt dat zoveel mogelijk geld uitgeven het beste is voor de economie. De schade die dit idee heeft veroorzaakt en nog steeds veroorzaakt (de volgende bubbel ligt al weer op de loer) is bijna niet in geld uit te drukken. Economen kunnen die theorie van Keynes beter plaatsen en weten dat ze eigenlijk al vijftig jaar dood en begraven is. Bij Van der Hoeven krijg je het idee dat ze ergens wel weet dat geld uitgeven niet de oplossing is, maar ze heeft het gevoel dat ze iets moet doen en ze doet het daarom toch maar.

En geen belletjes in de trêveszaal
Een econoom dus, maar geen hoogleraar. Dat laatste is in het recente verleden niet zo’n succes gebleken. Het belletje van Eduard Bomhoff staat ons allen nog helder voor de geest. De nieuwe minister moet gevoel hebben voor menselijke en politieke verhoudingen en moet ook juridisch onderlegd zijn. Want de overheid is in de eerste plaats wetgever; de minister geeft leiding aan ambtenaren die wetten in elkaar timmeren. Het aantal nieuwe wetten mag best wat minder worden dan nu, dat is waar, maar ook in de toekomst zullen nieuwe wetten wel nodig blijven. Daarnaast is praktijkervaring gewenst. De beste minister in het recente verleden was wellicht Hans Wijers, juist vanwege zijn praktijkervaring. Brinkhorst was ook goed, maar die had geen verstand van economie. Dat is niet zo erg als je het ministerie inderdaad ziet als een 'regelministerie' voor een paar sectoren, maar dus wel als je er meer van wilt maken dan dat.

Sterke markt, sterke overheid
En het moet iemand zijn die keuzes durft te maken, zelfs als die tegen gevestigde belangen ingaan (of beter: juist dan want dat is het moeilijkst). Brinkhorst en Wijers konden dat. Het motto van Brinkhorst kan nog steeds als leidraad dienen: een sterke markt vereist een sterke overheid (wat iets anders is dan een dominante overheid). En de nieuwe minister moet al een aantal jaren bezig zijn geweest met energie. Anders is het niet goed denkbaar dat hij of zij goede beslissingen neemt in ingewikkelde dossiers als de bouw van een nieuwe kerncentrale, de opslag van CO2 onder de grond, de bouw van nieuwe windmolenparken op zee en op land, allerlei ingewikkelde subsidieregelingen voor duurzame energie en andere energieprojecten. Het kost minstens een jaar voor een nieuwkomer om zich in te werken in de energiesector en het is niet goed als een minister zich moet verlaten op zijn of haar ambtenaren. Ten slotte zou wat meer oog voor de belangen van de burger op het ministerie meer dan gewenst zijn. Die burger (u en ik dus) is in de afgelopen jaren niet aan bod gekomen, behalve als financier van allerlei troetelprojecten.

Ga er maar aan staan
Helemaal nog niet zo eenvoudig dus; de zoektocht naar een nieuwe minister van Economische Zaken. Het instellen van een sollicitatiecommissie is wellicht het beste. Waarom niet? Voor de eerste de beste baan in het bedrijfsleven moet je drie keer komen opdraven, dus waarom niet voor een van de belangrijkste banen van Nederland? Een goede vacature-tekst gaat daaraan vooraf. Hierbij een eerste aanzet.

Gevraagd: minister van Economische Zaken voor Bedrijvigheid

Vereisten:
- Praktische ervaring
- Economie gestudeerd
- Kennis van energie-onderwerpen
- Juridisch onderlegd
- Gevoel voor menselijke en politieke verhoudingen
- Goed kunnen luisteren
- Beslissingen kunnen nemen, ook als die niet populair zijn
- Respect voor het Parlement en
- oog voor de belangen van de burger

Reacties gelieve te sturen naar de heer Mark Rutte, partijleider van de VVD.

Jurgen Sweegers

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn