We moeten toekomst niet voorspellen, maar proberen vorm te geven

9 september 2010 – In mijn jeugd waren er geen mobiele telefoons en geen computers (ten minste niet op huisniveau), laat staan internet. Als je geld nodig had moest je achteraan in de rij aansluiten in een muf bankgebouw dat van 10 tot 4 open was, door-de-weeks dan. Was je je paspoort vergeten, en was het toevallig niet je eigen bankkantoortje dan kon je het vergeten. Het is echt nog niet zo lang geleden hoor (ik ben nog 'maar' 41). Hoe de wereld is veranderd in 25 jaar. Hoe willen we dan voorspellen hoe de wereld er in 2050 uit ziet en welke energievoorziening daar bij hoort? Zo goed als onmogelijk.

Land in verval
Misschien bestaat Nederland niet meer, of is het de achterbuurt van Europa geworden. De criminaliteit viert er hoogtij want de politie zit massaal ziek thuis, uitkeringen zijn afgeschaft omdat de gasinkomsten al lang en breed zijn opgedroogd, ergens in Oss zitten nog wat mensen te innoveren met behulp van een subsidiestroompje uit Azië en mensen zijn massaal weggetrokken uit de westelijke provincies waar het leven ondraaglijk werd, naar het oosten van het land, maar ook naar landen als India en China waar ze in de fabrieken werken voor hun Aziatische bazen. De zee slaat steeds meer gaten in de duinen en overal in het westen komt het zoute water naar boven.

Nutteloze kabels
Ergens in Borssele staat een half-afgebouwde kerncentrale, naast een oude kern- en kolencentrale die overwoekerd is door onkruid. Er was een energiebedrijfje dat koste wat het kost zo'n centrale wilden bouwen maar het kreeg ruzie met een partnerbedrijf uit Frankrijk, financiers trokken zich terug en het bedrijf viel om. Massa’s elektriciteitskabels hangen zinloos in de lucht; en ook de zee ligt er bezaaid mee; er gaat geen greintje stroom meer door heen. Op een schiereilandje in zee staan nog wat kolencentrales, zoals ze die heel vroeger hadden. Buiten gebruik. Mensen wekken zelf hun energie op met planten en bomen die ze in de omgeving vinden.

Tokyo aan de Noordzee
Het is maar een beeld. Voor hetzelfde geld schets je een heel ander beeld. Van razende treinen die kriskras door het landschap schieten. In de lucht is het een drukte van belang want iedereen heeft zijn eigen vliegtuigje. Geen greintje groen meer te bekennen. Alles volgebouwd. In het oosten zijn nog wel bossen; een kaartje kost 435 euro. Mensen vergapen zich daar aan karkassen, want dat is natuur. In varkensflats zijn de varkens vijftien verdiepingen hoog opgestapeld en bij Hoek van Holland staat een groepje kerncentrales ingeklemd tussen kassentorens. Op een schiereilandje in zee een stukje verderop staan kolencentrales te ronken. Windmolens zijn al lang weer uit het landschap verdwenen. De grote concerns hebben de liefhebberijen van natuurliefhebbers definitief uit de markt gedrukt.

Groene welvarendheid
Wel typisch: in deze beelden is een welvarende economie gekoppeld aan energieproductie in grote centrales en een armoedige toekomst aan autarkie en zelfvoorziening. Zou het niet nog anders kunnen: een welvarende toekomst met veel groen en met lokale productie van energie? Dan zijn niet de windmolens uit het landschap weggehaald, maar zijn de hoogspanningskabels van Tennet al lang en breed weer opgeborgen. Mensen wekken hun eigen stroom en warmte op, met HRe-ketels (of hoe ze dan ook mogen heten) op zolder, zonnepanelen op het dak, een windmolenparkje op het veld achter de wijk en een kleine biomassa-centrale voor als de zon niet schijnt, de wind niet waait en de batterijen in huis op zijn. Een geluidloze auto staat te pronken voor de deur.

Waar wíllen we heen?
Hoe zal het gaan? De toekomst is niet te voorspellen; tegelijkertijd geven we die toekomst vorm, afhankelijk van de keuzes die we maken. Maar we hebben het maar in beperkte mate in de hand natuurlijk. We kunnen de gevolgen van onze keuzes vaak niet overzien en anderen maken ook beslissingen die grote gevolgen voor ons kunnen hebben. Het is nog maar zeer de vraag, bijvoorbeeld, of we in economisch opzicht overeind kunnen blijven ten opzichte van Aziatische landen, helemaal gezien het feit dat de aardgasinkomsten opdrogen en we de criminaliteit niet onder controle lijken te krijgen. Maar we kunnen het proberen. Waar willen we naar toe? Wat moet daarvoor gebeuren? En welke energievoorziening hoort daarbij?

Eigen belang eerst
Dan zeggen we dus: 'hier willen we naar toe en daarvoor moet dit en dit gebeuren' en niet, zoals bijvoorbeeld Tennet en de Europese Commissie nu doen: 'dit en dit zal de situatie zijn in 2050 en daar moet dit en dit voor gebeuren'. Want of dat de situatie in 2050 zal zijn is volstrekt onbekend en het is ook de vraag of we dat met z’n allen een wenselijke situatie vinden. Wat er nu gebeurt is dat Tennet en de Commissie een eindbeeld schetsen dat voor hen het meest wenselijk is, namelijk eentje waarin zij een grote rol blijven spelen. Dat is niet een toekomst van lokale productie en van meer macht voor regio's en buurten (want dan zouden ze aan macht inboeten), maar juist één van centralisatie en van steeds meer verwevenheid. Vervolgens nemen ze die voorspelling als uitgangssituatie en stellen ze dat, gezien deze voorspelde toekomst, daarvoor heel veel investeringen nodig zijn.

Democratie van het volk
Het is niet noodzakelijkerwijs de werkelijkheid waar we met zijn allen heen willen. Wat dat wel is? Dan kan alleen op een democratische manier worden vastgesteld en niet door een handjevol bestuurders.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn