Draagvlak voor energiebeleid is in democratie het enige wat telt

24 februari 2011 - In iedereen schuilt een kleine dictator. Iedereen is geneigd te denken: 'zoals ik het wil, dat is het beste, zo moet het gedaan worden; desnoods moet het maar afgedwongen worden'. Dat geldt ook voor mensen die zich bezig houden met energiebeleid. Voorstanders van duurzame energie dwepen regelmatig met China: want als ze daar een duurzame stad willen dan ligt er binnen drie maanden een duurzame stad. Dat mensen met een grote mond, wat duurzame energiejongens vaak zijn, daar achter de tralies verdwijnen vertellen ze er niet bij.

Autonomie
De vertegenwoordigers van de oude kolen- en gasindustrie hebben zich al helemaal nooit wat aangetrokken van de wil van het volk. Die hebben in de afgelopen jaren de energievoorziening ingericht zoals zij dachten dat goed was en ze wisten daar de handen van bestuurders over het algemeen voor op elkaar te krijgen. Discussies in de politiek spitsten zich toe op de inrichting van de energiemarkt: een alomvattend productiebedrijf oprichten of niet. Maar niet om de vraag of er een kolen- of gascentrale moest komen. Alleen als de bedrijven kerncentrales langer open wilden houden staken er stormen van protest op en werden de kolen- en gasmannetjes geconfronteerd met de maatschappelijke context waarin ze opereerden.

When the twain shall meet?
De twee groepen -energiesector en bevolking- hebben elkaar nooit begrepen, tot op de dag van vandaag niet. De wereldvreemdheid van de energiebazen is hemeltergend. Wat meespeelt is dat de werknemers van energiebedrijven, van hoog tot laag, vaak ingenieurs zijn en die staan nu eenmaal niet bekend om hun fijne neus voor wat er in de omgeving speelt. De ingenieurs van Delft vinden het onbegrijpelijk dat mensen tegen CO2-opslag kunnen zijn en zouden er het liefste stiekem mee doorgaan. De discussie over kernenergie is iets zakelijker geworden, maar nog steeds zijn mensen vaak of voor of tegen en is er niet echt sprake van een rationele discussie. Discussie over de simpele vraag of er wel kerncentrales nodig zijn, wordt nog niet gevoerd en dat is een veeg teken.

Meer commotie
De laatste tijd neemt het aantal energie-onderwerpen waarover commotie ontstaat toe. Behalve kerncentrales zijn dat nu ook kolencentrales, CO2-opslag, gasbergingen, subsidies voor duurzame energie en klimaatprojecten en fraude en bedrog door nieuwkomers op de energiemarkt. De eerste reactie, vooral in het duurzame kamp, is: gewoon doorzetten dat duurzaam energiebeleid. De dictatortjes komen dan even boven. Zelfs Jan Terlouw (oud-D66) pleitte ervoor om huiseigenaren te verplichten hun huis te isoleren. Zogenaamde deskundigen schrijven in de krant dat minister Verhagen het oor niet had moeten laten hangen naar de tegenstanders van CO2-opslag en daar gewoon mee door had moeten gaan.

Bij de les trekken
De overheid had ook gewoon door moeten gaan met het geven van subsidies voor duurzame energie, zo is dan te horen, want het 'stop-and-go beleid' is fnuikend geweest voor het ontstaan van een duurzame energiesector in Nederland. Als er één uitspraak is geweest die veel te horen was op congressen in de afgelopen jaren dan was het deze. Dat de kosten van die subsidies gierend uit de hand liepen, en daarmee het begrotingstekort van de overheid, doet blijkbaar niet ter zake. De mensen in de traditionele industrie zéggen niet alleen dat het eigen beleid moet worden doorgezet, die zétten het vooralsnog gewoon door. Die hebben namelijk nog steeds de macht. Inwoners van Bergen kunnen hoog of laag springen maar die gasopslag in die gemeente komt er gewoon. Waarschijnlijk echter zullen politiek en bevolking ook de traditionele energie-industrie dwingen zich steeds rekenschap te geven van wat er in de samenleving speelt. En dat is goed.

Wisselend energiebeleid is goed
Het is namelijk juist heel goed als de politiek het oor laat hangen naar de bevolking en luistert naar wat er in de samenleving leeft. Draagvlak onder de bevolking is uiteindelijk het enige criterium dat telt bij het inrichten van de samenleving door politieke leiders en dus ook bij het inrichten van de energievoorziening. De dictators in het Midden-Oosten waren dit even vergeten, maar ze komen daar nu met veel bloedvergieten achter. Als het betekent dat subsidies ineens worden stopgezet omdat er geen draagvlak meer voor is in de samenleving, dan moet dat maar. En als het betekent dat er kerncentrales gebouwd worden, het zij zo. En zelfs als het zou betekenen dat we straks, als er geen olie en gas meer is, met lege handen komen te zitten en het licht uitgaat, soi. Het is geen wenselijk scenario, maar het is de consequentie van het leven in een democratie.

Intuïtieve oordelen
Maar weet u wat volgens mij een probleem is? Dat veel mensen in de industrie denken dat de man in de straat er geen verstand van heeft. 'Wij weten het beter want we hebben er voor gestudeerd, of wij werken al heel ons leven in de industrie'. Onzin. Ik denk dat de meeste mensen op een intuïtieve manier heel goed in staat zijn om te beoordelen of een maatregel goed is voor het land of niet. En op die intuïtieve manier houden ze rekening met meer zaken dan op een rationele manier ooit mogelijk zou zijn. (De PVV speelt in op dat intuïtieve beoordelingsvermogen en daarom is die partij succesvol.) Dan gaat het natuurlijk niet om de vraag of slimme meters uitgerust moeten worden met GPS of PLC, maar wel om de vraag of er kolencentrales moeten komen of niet, of CO2-opslag een goed idee is of niet, etc. Face it, energiesector: CO2-opslag deugt niet. Mensen in het land hadden dat door, net zo goed als dat ze door kregen dat bezorgdheid om het klimaat was omgeslagen in klimaathysterie.

Blinde vlekken
Daarnaast is het simpelweg zo dat de energiesector, aantoonbaar, bepaalde blinde vlekken heeft. De grootste blinde vlek is kosten. Het kostenbewustzijn is nul komma nul. Er moet geïnvesteerd worden omdat de ingenieurs hebben uitgedokterd dat het goed is en omdat bazen kunnen gaan pronken met de nieuwe blinkende installatie.  Dat de kosten bij mensen neerslaan die, in tegenstelling tot zij zelf, een vrij krappe beurs hebben wordt niet beseft. Maar een maandelijkse energierekening van 150 euro (wat nog weinig is) bij een netto-inkomen van 1500 euro is toch echt vrij fors, en als die rekening vervolgens ook nog alleen maar omhoog gaat door allerlei fancy projecten dan ontstaat er weerstand. En terecht. Helemaal gezien het feit dat ook het kostenbewustzijn bij waterschappen, gemeenten, en andere overheidsorganisaties te wensen overlaat en dat die ook alleen maar steeds hogere rekeningen sturen.

Hondsmoeilijk
En ten slotte hebben mensen vaak ook heel goed door dat bedrijven, vooral de traditionele energiebedrijven, niets anders doen dan het verdedigen van hun eigen belangen. Het is dus vaak niet zo dat de maatregelen die deze bedrijven voorstellen ook het beste zijn voor het land, ook al worden ze vaak gepresenteerd onder het mom van 'in het algemeen belang' en 'anders vergaat de wereld'. Tijd voor een revolutie ook in Nederland, zou je bijna zeggen. Dat hoeft echter niet als de leiders gewoon goed hun oor te luisteren leggen bij de bevolking en hun beleid aanpassen als dat nodig is. Het is natuurlijk hondsmoeilijk om te bepalen wanneer er ergens draagvlak voor is en wanneer niet, maar dat is geen reden om maar stug vol te houden met het eigen gelijk.

Jurgen Sweegers

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn