Green deal, Rijk moet zich bezighouden met wetgeving, niet met projecten

7 oktober 2011 - Het is goed dat het ministerie van Economische Zaken iets meer oog krijgt voor duurzaamheid. Maar de Green Deal geeft ook wel een ongemakkelijk gevoel. Het is alsof je een kind voor het eerst hoort lezen, en dat kind gaat dan zeggen hoe anderen moeten lezen. Veel zin heeft het allemaal niet. Daarbij moet de overheid zich niet bemoeien met individuele projecten, zoals ze doet in de Green Deal. De overheid zou zich moeten concentreren op haar kerntaak (core business), en dat is het boetseren van de juiste wetgeving. En daarbij zou het stimuleren van een transitie naar een duurzame samenleving echt helemaal centraal moeten staan.

Bevoordeling
Verhagen stelde bij de presentatie van de Green Deal ook dat hij wettelijke barrières weg wil nemen, en als hij dat echt meent is dat goed. Maar daarnaast wil hij zoveel meer. Hij laat zich in met allerlei individuele projecten en dat is niet goed. Bevoordeling door de Staat van bepaalde bedrijven ligt op de loer. Of eigenlijk is dit al aan de orde, want sommige bedrijven krijgen een grote zak met geld mee. Daarbij kan de Rijksoverheid waarschijnlijk niets betekenen voor de initiatiefnemers van die projecten, die al mijlenver op de ambtenaren van het ministerie vooruit lopen. Alle projecten waar de Rijksoverheid zich mee inlaat mislukken zo'n beetje. Die overheid moet zich derhalve alleen inlaten met projecten die echt nodig zijn voor haar eigen functioneren.

Bruisende VVE's
Daarbij komt de vraag of het de minister echt ernst is met dat opruimen van die barrières. Een van de grootste hindernissen op dit moment is de salderingskwestie. Groepen mensen die zelf energie gaan opwekken moeten veel belasting betalen over de energie die ze zelf gebruiken, alsof ze dat op de markt kopen. Die barrière is nog steeds niet opgeruimd. Verenigingen van eigenaren mogen nu wel belastingvrij stroom afnemen; dat is wel geregeld. Maar dat is maar één categorie en waarschijnlijk is dit nu juist een categorie die niet overloopt van bruisende duurzame ideeën (want VVE's zitten in appartementencomplexen, waar veel jonge, alleenstaande mensen wonen, zijn vaak slapend of de leden maken ruzie). Meer valt te verwachten van groepen mensen in een straat of buurt die het goed met elkaar kunnen vinden; die hebben allemaal hun eigen huis.

Korreltje zout
Daarbij staat het ministerie heel erg onder invloed van de fossiele en nucleaire industrie, om niet te zeggen dat het onderdeel is van die industrie. De baas van Shell schijnt er elke week op bezoek te komen. Uitspraken als zou dit ministerie nu ineens allemaal barrières voor duurzame projecten weg gaan nemen, moeten dan ook met een korreltje zout genomen worden. De meeste energie gaat vooralsnog naar het mogelijk maken van de bouw van een kerncentrale en het is ook nog maar ruim een jaar geleden dat het ministerie even op een sneaky manier de weg plaveide voor achterlijke Angelsaksische mijnbouwbedrijven die in hun zucht naar winst hier de bodem willen gaan omploegen op zoek naar schaliegas. En ook toen was al bekend dat dit heel slecht is voor milieu en voor omwonenden.

Aan de borst
Er lijkt nu wel een beetje verandering te komen. Zoals directeur Maarten Hajer van het PBL al zei deze week: vroeger hield het ministerie die bekende grote bedrijven heel dicht bij zich aan de borst en nu raakt het in gesprek met iets meer partijen. Het kind leert lezen, maar is er nog lang niet. Beter nog zou zijn als de overheid nog meer afstand tot het bedrijfsleven neemt. Laat het opzetten van mooie duurzame projecten maar aan burgers en bedrijven. Maar dan moet de overheid daar ook echt helemaal achter gaan staan en alles doen wat op haar gebied ligt (wetgeving) om dit mogelijk te maken. Duurzaamheid zou tot in de kern van het ministerie, van alle ministeries, door moeten dringen en in elke vezel van de wetgeving tot uitdrukking moeten komen. Saldering van het eigen verbruik voor groepen burgers en voor individuele bedrijven zou bijvoorbeeld mogelijk moeten worden gemaakt. En het ministerie zou ook niet moeten gaan procederen tegen de bouw van windmolenparken.

Verdwijn
Komt het er van? Ik heb er een hard hoofd in. Het duurt vijf jaar voordat een kind kan lezen en kinderen zijn van nature ontzettend leergierig. Het zal dus minstens tien jaar duren voordat het ministerie van Economische Zaken zo ver is. Eigenlijk, als we heel eerlijk zijn, kan dit ministerie het beste verdwijnen. De bedoeling van de fusie met het ministerie van landbouw was dat het minder belangrijk zou worden, maar het is alleen maar machtiger geworden. (En honderdduizend keer zeggen dat iets 'top' is en dat we geweldig zijn heeft ook niet zoveel zin.) Toekomstige regeringen zouden moeten gaan bestaan uit mensen met hart voor duurzaamheid (én oog voor financiën). En er zouden radicaal andere mensen op de ministeries moeten komen: mensen met een visie op duurzaamheid, mensen die belangen van bestaande grote bedrijven kunnen weerstaan en mensen die hun politici kunnen inspireren en niet slechts, als in een carrousel, van het ene obligate baantje naar het andere obligate baantje trekken.

Jurgen Sweegers

copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn