BRIEF: Faillissement Aardwarmte-centrale Den Haag schuld van gemeente en Eneco

Dit stuk kregen we van Louis Kanneworff, onderzoeker en publicist die de ontwikkelingen in de Haagse energie-voorziening al jaren nauw volgt.

Op 29 januari 2014 belegt de gemeente Den Haag een werkconferentie over het failliete aardwarmteproject dat meer dan 20 miljoen euro heeft gekost. Het project was een samenwerking van zes partijen, de gemeente, twee energiebedrijven (Eneco en E.On) en drie woningcorporaties. Doel was 4.000 nieuwe woningen in Den Haag Zuid-West te voorzien van duurzame warmte uit de diepe ondergrond. Wat ging er mis bij dit project dat Willem Alexander in juni 2012 nog zo feestelijk geopend had?

Mijn analyse laat zien dat de oorzaken voor het faillissement niet gezocht moeten worden in het instorten van de bouwmarkt of problemen bij de boring. De hoofdoorzaak van het faillissement schuilt in de aanleg van een nieuw kilometerslang warmtenet in Zuid-West dat de helft van het beschikbare budget opslokte. Een totaal verkeerde en onnodige investering.  Om meerdere redenen.

1.  Er ligt al een warmtenet

Er lag en ligt al een warmtenet. Een enorm voordeel dat niet benut is. Had het  aardwarmteproject zich gericht op het leveren van warmte aan het Haagse stadsverwarmingsnet dan was de afzet van warmte verzekerd geweest. Dit afzetrisico van warmte had bij de gemeente en bij Eneco bekend moeten zijn.

2.  Nieuw warmtenet voor zuinige woningen is  achterhaald en onverantwoord

Het aanleggen van een kostbaar warmtenet voor de beoogde 4.000 energiezuinige woningen met lage warmte vraag is een achterhaald en onverantwoord concept. Een eenvoudige rekensom maakt dat duidelijk. De totale projectkosten waren ruim  20 miljoen euro voor 4.000 woningen. Per woning komt dat neer op een investeringsbedrag van 5000 euro. Voor dat geld had iedere nieuwe woning de zuinigste HR ketel aangevuld met extra isolatiemaatregelen en zonnepanelen kunnen krijgen Een pakket dat qua milieubelasting en duurzaamheid zeker zo goed scoort als aardwarmte.

3.  Gebruikers nieuwe warmtenet zijn slechter af

Het alternatieve pakket van HR-ketel, extra isolatie en zonnepanelen is ook nog eens veel voordeliger voor de bewoners. Met zonnepanelen valt de elektriciteitsrekening voor de gebruiker lager uit. Met een gasaansluiting kan de gebruiker blijven kiezen voor de goedkoopste aanbieder. Bij warmte kan dat niet meer. Warmteklanten zijn gebonden aan  monopolist Eneco. 

4. Netbeheerder niet onafhankelijk

Den Haag Zuid-West bezit een goed functionerend gasnet. Stedin de beheerder van het Haagse gasnet is onderdeel van het ongesplitste Eneco en geen onafhankelijke netbeheerder, zoals wettelijk voorgeschreven is. Stedin voegt zich naar de belangen van Eneco. Een onafhankelijk Stedin zou met het vervangen van het eigen gasnet door een warmtenet van een commercieel energiebedrijf, nooit hebben ingestemd.  

De analyse van het aardwarmteproject maakt duidelijk dat de opzet niet deugde. Waarom toch gekozen voor deze dubieuze opzet ? Welke belangen zitten hier achter?

Allereerst het belang van Eneco.  Eneco profileert zich als duurzaam bedrijf maar in de gemeente Den Haag, haar tweede grootste aandeelhouder, was nog geen aansprekend duurzaam project. Het aardwarmteproject was ook commercieel zeer aantrekkelijk.  Gasklanten, waar weinig aan verdiend wordt en die kunnen overstappen worden ingeruild voor 4000 warmteklanten die niet meer weg kunnen en waar Eneco veel meer aan verdiend.

Het aardwarmteproject met nieuw warmtenet  biedt Eneco nog meer voordelen. Het project  blijkt alleen haalbaar met het bestaande Haagse warmtetarief. Een tarief dat in die periode stevig ter discussie staat.  Zo ageren bewoners van de Haagse nieuwbouwwijk Ypenburg tegen de hoge tarieven van Eneco en de ondoorzichtige manier waarop het tarief wordt vastgesteld. Verdere tariefdiscussies worden een directe bedreiging voor het prestigieuze aardwarmteproject. Het aardwarmteproject verlost Eneco van een lastige discussie, en ‘verplicht’ de andere partners zich neer te leggen bij de hoge Haagse warmtetarieven.

In andere warmtegemeenten als Almere, Houten, Tilburg en Rotterdam blijft de gemeente wel een actieve rol spelen. In Rotterdam, de grootste aandeelhouder van Eneco, resulteert dat in lagere warmtetarieven voor Zuid. Den Haag, doet niets meer en laat, omwille van zijn  duurzame love-baby, de eigen warmtegebruikers in de kou staan.

Prestige speelt voor wethouder Marnix  Norder, de motor achter dit project, een belangrijke rol. Bij de presentatie van het project laat hij optekenen: “Ik verwacht dat veel collega-wethouders mij nu gaan bellen”.  Het aardwarmteproject past daarmee naadloos in de Haagse  serie prestige projecten als de Cruise Terminal,  Nieuw Binckhorst , het Spuiforum en de ‘zweefpont‘ bij Scheveningen.   

Lessen voor de toekomst  

De belangrijkste les van het failliete aardwarmteproject is dat de energievoorziening in Den Haag de weg is kwijtgeraakt. Om weer op het goede spoor te komen is een Haags nutsbedrijf noodzakelijk. Om dat te bereiken dient allereerst Eneco gesplitst te worden in een handelsbedrijf en een netwerkbedrijf. De Raad van Bestuur van Eneco verzet zich hier al jaren tegen. De gemeentelijke aandeelhouders leggen zich daarbij neer. Was Eneco wel gesplitst, zoals bij Essent en Nuon, dan hadden ook de aandeelhouders van Eneco kans gehad op een miljarden meevaller en was Stedin onafhankelijk geweest. En met een onafhankelijke  netbeheerder had het Haagse aardwarmtedebacle niet plaatsgevonden.

Splitsen heeft als bijkomend voordeel voor de stad dat de aandelen in het commerciële en risicovolle handelsbedrijf verkocht kunnen worden. Waarom zou Den Haag aandeelhouder moeten zijn van allerlei energieprojecten buiten haar grondgebied tot aan Engeland aan toe? De aandelen van het netwerkbedrijf (het monopoliedeel ) blijven in publieke handen. En Den Haag moet eigenaar blijven van het  Haagse stadsverwarmingsnet. 

Verkoop van het handelsdeel heeft geen gevolgen voor het door te gemeente te ontvangen dividend van Eneco. Uit de jaarverslagen blijkt dat de winst van Eneco in toenemende mate verdiend wordt door het netwerkbedrijf.  Over 2012 is dat opgelopen tot  99%!  Deze situatie weerlegt de oude volkswijsheid: 'Wie de koe verkoopt, verliest ook de melk'.  Splitsen maakt het mogelijk oneigenlijke risico’s af te stoten en de melk te behouden en in te zetten voor een echte duurzame ontwikkeling van Den Haag. 

Louis Kanneworff

Zelfstandig onderzoeker en publicist

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn