COLUMN: Crisis voor verandering

12 november 2013 -  Exact veertig jaar geleden kregen we in het Westen, met name Nederland en de VS werden hard getroffen, met het olie-embargo van de olieproducerende landen (OPEC) te maken. Deze crisis leidde tot lange rijen bij tankstations, autovrije zondag en benzinebonnen. Wat doen we met de crisis van 2020?

Zoals iedere crises verhoogde het olie-embargo de bewustwording van onze enorme afhankelijkheid van olie als onderdeel van onze vitale infrastructuur. De crisis van 1973 benadrukte het belang verder van Nederland-gasland na de vondst van Slochteren in 1959 (destijds de grootste gasbel ter wereld!).

Amerika

Na het olie-embargo richtte de VS een ministerie van energie op die zich zou mengen in de vrije markt vanwege het nationale belang van energie voor de economie en het gehele functioneren van de samenleving. De overheid dwong fabrikanten van consumentengoederen het energieverbruik per apparaat te doen dalen en deed dit ook voor auto's. De energie efficiëntie zou per dollar BNP gedaald zijn met 28%. Hierdoor daalde ook de vraag, waardoor de energieprijzen fors daalden. Dit veroorzaakte weer een positieve prikkel voor consumeren en produceren.

Energie

Op dit moment blijven energiebedrijven productiecapaciteit bijbouwen; tegelijkertijd moeten centrales sluiten; de productie-industrie schreeuwt om lagere energieprijzen; consumenten klagen over hoge energieprijzen en de overheid gebruikt ondertussen de hoge energiebelasting om het gat in de begroting te dichten.
In Nederland leven we alsof er geen morgen is. We importeren 100% van onze steenkolen en 100% aardolie en nagenoeg alle andere grondstoffen. Daarnaast zijn we over zeven jaar netto importeur van aardgas. Waarmee dus ook de baten voor de schatkist snel teruglopen. Nederland-gasland? Zelfs wanneer we 100% van ons gasverbruik uit schaliegas halen, rekken we dit met slechts nog zeven jaren.

Hoe lang zijn zeven jaren?

Dat zijn één, maximaal twee termijnen van elkaar opvolgende hele belangrijke olie- en gas ceo’s die bezig zijn met allerlei leuke projecten en contacten in binnen- en buitenland, maar onachtzaam zijn met deze zeer zorgwekkende termijn.

Of is Den Haag verantwoordelijk voor de voorraden?

Zeven jaren, dat zijn twee á drie regeertermijnen in Den Haag. Zeven belangrijke jaren van politici die zich nog steeds verschuilen achter de vrije markt en op geen enkele manier echt initiatief of regie willen nemen voor dit aanstormende keerpunt. Een keerpunt dat we sinds het vinden van het Slochteren gasveld in 1959 en de oliecrisis van 1973 niet meer zagen.

Crisis

“Waar maak jij je druk over”, wordt weleens tegen me gezegd. Wellicht waar en wellicht kunnen we vanaf 2020 nog tientallen jaren zorgeloos gas importeren vanuit het ´Mother Russia´. Tientallen jaren zonder enige vorm van politieke druk of chantage en zonder dat de tarieven kunstmatig worden opgevoerd. Laat u zich met zalvende woorden het bos insturen?

Transparantie

Toch komt het neer op een belangrijke constatering; ‘ik weet het niet’. De ceo’s van de grote energiebedrijven en de hoge heren uit Den Haag ook niet. Zij kunnen immers ook niet in de toekomst kijken. Toch kunnen zij wel scenario’s maken en daar een strategie op bouwen. Dat lijkt mij een minimale basisvoorwaarde.

Punt is, dat ik niet weet wat gebeuren gaat, laat staan welk scenario gehanteerd gaat worden. Dat baart mij zorgen. Ik vermoed namelijk dat we in slaap gesust worden totdat het te laat is. Regeren is vooruitzien. Maar je nek uitsteken en belangrijke vragen stellen met het oog op de toekomst is al lang geen onderdeel meer van het instrumentarium van een gemiddeld politicus. Als bescheiden ondernemer en columnist heb ik begrip voor het enorme krachtenveld waarin geopereerd wordt, toch zou een stukje transparantie niet misstaan.


Rolf Heynen
politicoloog en duurzaam ondernemer bij Good!

 

Copyright © Geldengroen.net

 

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn