COLUMN - Activisme: fundamentalisten of hoeders van de democratie?

9 oktober 2013 -  De afgelopen weken gaat de discussie op ons kantoor over de dunne lijn tussen wenselijkheid en onwenselijkheid van activisme. Wat is daarbij leidend: idealisme of het Nederlands recht?

De actie van Greenpeace tegen boren naar olie in de Barentszzee startte op mijn werkplek een dagenlange discussie. Is de actie van Greenpeace nu dom en ondoordacht, of zijn zij een van de weinige organisaties tegenwoordig die zich nog ergens hard voor maken? En bestaat een verschil tussen links en rechts activisme?

We zijn er op kantoor nog niet helemaal uit.

Betonblokken en nertsen

Diverse voorbeelden passeren steeds de revue om een duidelijk voor of tegen te schetsen. Het storten van betonblokken in visgebied door Greenpeace zien we als een ondoordachte actie die vissers in gevaar kan brengen. Ook het vrijlaten van nertsen door dierenactivisten heeft weinig nut, daar de dieren vervolgens niet of moeilijk in de natuur overleven, naast het feit dat de ondernemer zwaar gedupeerd is. Daarnaast heb je diverse individuen die jagers proberen tegen te houden die legaal populaties in stand houden. Gevaar voor activist en kosten voor de jager.

Daar tegenover wordt een historisch perspectief geplaatst: wat als we geen activisten hadden? Zaten we dan nog steeds met slaven, kinderarbeid en de zevendaagse werkweek?

De rol van de media

Uiteindelijk is mediabereik hierin cruciaal. Als de pers geen aandacht zou besteden aan (radicaal) activisme, zouden de acties geen zin hebben lijkt mij. Een organisatie als Greenpeace leeft immers primair op inkomsten door donaties die toenemen door media-aandacht.

Meer media-aandacht middels publieke acties heeft ten doel om uiteindelijk druk uit te oefenen op de overheid zodat zij haar beleid aanpast.

Kan het ook anders?

Enkele jaren geleden zag ik een prachtig voorbeeld in het Belgische televisieprogramma Basta (hier te zien). Daarin werd een container geplaatst voor de ingang van een Belgische telefoonprovider Mobistar. Op de container stond een nummer dat gebeld kan worden bij klachten. De heren van de bewaking belden vervolgens keer op keer het nummer met als doel de container verwijderd te krijgen. Niet wetende dat ze een klantenservice spraken die ín de container zat. De bewaking wordt langzaam radeloos wanneer de klantenservice hun continu in de wacht zet, doorverbindt of de verbinding verbreekt. Alles met als doel de provider een spiegel voor te houden en zelf haar dienstverlening te verbeteren.

Het betrof hier een programma met een redelijk onschuldig karakter en geen initiatief van een actiegroep. Net zoals wij in Nederland onder andere de programma’s Kassa, Radar of de Keuringsdienst van Waarde hebben. Dergelijke programma´s hebben impact. Menigmaal zit een directielid of verlegen communicatiemedewerker tekst en uitleg te geven over (wan)beleid. Een prachtig pressiemiddel dat resultaat lijkt te hebben op (grote) bedrijven.

Activisme werkt?

Gaan staan voor een boorplatform of nertsenfokkerij met een spandoek heeft geen of nauwelijks impact, tenzij je dit met heel veel mensen doet. Maar wanneer je vervolgens de dieren vrijlaat, betonblokken stort of zelfs de fokkerij in de brand steekt of een politicus vermoordt, haal je de media. Waar ligt uiteindelijk de grens? Gaat het om economische impact, is de wet leidend of gaat het hier om een morele discussie?

Economische redenen?

Maar hoe oefen je als Greenpeace invloed uit op de strategie van bijvoorbeeld Shell én win je nieuwe donateurs? Of hoe oefen je als neonazi invloed uit op het asielbeleid? Tankstations afsluiten roept niet alleen veel weerstand op bij de pompbediende, bij het management van Shell, maar juist ook bij de automobilist die daar wilde tanken. Het raakt dan toch aan je keuzevrijheid, zeker bij een product dat in een primaire behoefte voorziet.

We accepteren maatschappelijk allemaal de amusante consumentenprogramma’s als Kassa en Radar. Als een bedrijf haar zaakjes niet op orde heeft, mag dat in de media breed uitgemeten worden, ondanks de reputatieschade en de (geringe) economische impact op een dergelijk bedrijf. Immers een Ziggo, Nuon of Oxxio kan klanten verliezen door slechte PR. Maar dat verliezen ze ook door slechte service.

De arm van de wet

Dus economische schade is niet altijd leidend daarin? De grenzen van de wet blijkbaar ook niet altijd getuige de vele vormen van pressiegroepen die deze wet  naar de hand trachten te zetten. Dat is dan ook precies wat activisten proberen te doen, zij het dat ze volledig overtuigd zijn van het eigen gelijk en de wet daadwerkelijk overschrijden met vaak forse impact op een ondernemer of op de individuele vrijheid.

Stel je voor dat je op zondagochtend wil gaan voetballen en een groep activisten houdt je tegen, omdat zij het onethisch vinden dat gras kapot getrapt wordt, of omdat in voetbal teveel geweld is of omdat in het voetbal teveel geld omgaat. Stel je voor dat een groep activisten je onderneming voor dagen blokkeren en je bedrijf forse economische schade oploopt.

Dit ondanks het feit dat hetgeen je doet legaal is. Je individuele vrijheden worden beperkt door een groep zelf overtuigde activisten.

Morele discussie

Ik denk dat iedereen zich wel in een vorm van activisme kan vinden. De ene persoon vindt dierenactivisten nobel, de andere persoon activisten die strijden tegen olieboringen bij de Noordpool, en weer anderen kunnen zich vinden in rechtse- of religieuze activisten. Daarnaast proef ik overal om mij heen de wens tot actie tegen de financiële en bancaire sector. Begrijpelijk.

Bij iedereen lijkt wel een stuk bewondering te zitten voor mensen die zich echt ergens voor in willen zetten en bereid zijn iets op te offeren. Hoewel ik duidelijke politieke standpunten heb, zie ik bij de meeste activisten weinig heroïek, maar meer een stuk fundamentalisme.

Maar waar ligt die grens? Dat is de ‘one-million-dollar question!’ En daar is niet één antwoord voor te vinden. Ook dus juridisch niet, daar de wet dynamisch is en niet statisch. Het staat dus iedereen vrij invloed uit te oefenen hierop, vanuit zijn/haar eigen morele kader. Deze discussies moeten in de publieke én politieke arena ‘uitgevochten’ worden. Dit is tevens waar democratie om draait.

Maar is het uiteindelijk voor een pressiegroep als Greenpeace niet beter en krachtiger juist ergens heel erg vóór te zijn en juist humor te gebruiken? Spreekt dat uiteindelijk niet een veel breder publiek aan? Kan Greenpeace zich niet beter inzetten om alternatieven van olie en gasproducten te promoten naast bewustwording? Of is dat niet sexy genoeg?

Kortom

Of activisme steun verdient, hangt blijkbaar van je politieke en morele standpunten af. Mensen lijken hun maatschappelijke betrokkenheid tegenwoordig ook liever af te kopen dan zich ergens voor in te zetten. Of dat nu demonstraties zijn, petities of activisme.

Ik constateer dat het morele discussies betreft. Dergelijke discussies moeten niet alleen maatschappelijk gevoerd worden, maar juist ook in de politiek. We moeten in Den Haag niet minder, maar meer morele discussies voeren.

Activisme; ik ben er nog niet helemaal uit, wie het weet mag het zeggen.

Rolf Heynen
politicoloog, ingenieur en duurzaam ondernemer

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn