Linkse wetenschapper met aardige theorie vindt dat we in het midden moeten gaan zitten

4 oktober 2013 - Klaas van Egmond deed dinsdagavond in het Nutshuis zijn theorie uit de doeken. Best wel interessant, hoewel hij zijn eigen theorie wel wat te serieus nam. En hij nam privé als burger een positie in die tegenstrijdig was met zijn eigen theorie.

Quadranten
De theorie is als volgt: Er zijn vier quadranten, gevormd door een x-as en een y-as. Op de x-as staat links 'wij' (wij-gevoel, of samenleving, of collectief) en rechts 'ego'. Op de verticale as staat onder 'materialisme' en boven 'geloof' (of geest of ideologie of zoiets). Zo dus.

 

 geloof

 

 

wij

 

 

ego


 

materialisme

 

 

 

 

 

 

 

Plekje
Nu is de gedachte dat mensen, maar ook groepen mensen of zelfs de mensheid als geheel, zich ergens op bepaalde plekken in die diagram bevinden. Dus mensen kunnen diepgelovig of zelfs fundamentalistisch zijn waarmee ze op een plekje ergens bovenin de diagram eindigen, of juist heel materialistisch, waarmee ze ergens onderaan belanden. Mensen die alleen aan zichzelf denken komen ergens rechts op het plaatje uit en als mensen een diepgeworteld wij-gevoel hebben staan ze links in het plaatje.

Cirkel
Maar we zijn er nog niet. Volgens Van Egmond beweegt de mensheid zich in een cirkel, tegen de klok in, over het plaatje. In het begin van de jaartelling waren mensen gelovig, maar op zichzelf gericht (rechtsboven). Het christendom maakte daar een collectief geloof van, waarmee de mensheid opschoof naar linksboven. Met de Verlichting werd de ratio en het materialisme belangrijker, waarmee de mensheid naar beneden zakte; naar het quadrant linksonder. En nu zien we een beweging weer naar rechts: mensen verlaten het collectieve en zijn weer meer en meer op zichzelf gericht.

Midden
De volgende fase is dat mensen weer in de rechterbovenhoek belanden; waar dus geloof of ideologie weer belangrijk zijn geworden, maar waarbij iedereen nog steeds erg op zichzelf is gericht. De eerste tekenen daarvan zijn volgens Van Egmond de transition towns. Nu is het de kunst volgens Van Egmond om ergens in het midden uit te komen; zowel als mensheid als als individu. Hij ziet die plek in het midden als ideaal en het is volgens hem een soort hoogste vorm van beschaving, of zelfs verlichting in de boedistische betekenis.

Droomkabinet
Volgens Van Egmond moeten we daarom de middelpuntzoekende krachten versterken en weerstand bieden tegen middelpuntvliedende krachten, zoals partijen als de PVV en de media. We moeten een structuurwijzing doorvoeren, à la de structuurwijziging van Thorbecke in de negentiende eeuw, die er voor zorgt dat we naar dat midden tenderen. Het eerste waar een toehoorder dan aan denkt is dat vermaledijde poldermodel. Van Egmond had het echter vooral over een consensusregering. Dat is geen zakenkabinet maar een kabinet waarin politieke partijen, in de mate waarin ze vertegenwoordigd zijn in het Parlement ministers leveren; ministers die dan gericht zijn op het bereiken van consensus.

Postillon d'amour
Opvallend genoeg zag Van Egmond Paars (PVDA, VVD, D66; 1994-2002) als voorbeeld bij uitstek hiervan. Hij vertelde hoe hij dinsdags bij de vergadering van dit kabinet aanschoof, als directeur van het RIVM. Dan presenteerde hij samen met de directeur van het CPB de uitkomsten van de doorrekeningen die hij had gemaakt. Binnen die coalitie was iedereen volgens hem bereid om zijn mening te veranderen als daar reden voor was. Postillon d'amour was een D66-minister (Van Mierlo, Brinkhorst, Wijers?) die steeds met een voorstel kwam waar iedereen zich goed in kon vinden; dat was geen compromis maar echt een nieuw voorstel, waarvan iedereen dacht: ja, zo kan het ook. Daartoe kon je alleen komen als je echt naar de anderen luisterde, naar de 'achterkant van je gelijk' keek.

Puinhoop
Gezien het boek "De puinhopen van paars' van wijlen Pim Fortuijn kan je ook anders tegen Paars aankijken en lijkt Van Egmond de zegeningen van dit kabinet waar hij dan toevallig bij mocht aanschuiven te overdrijven. Verder kunnen er veel vraagtekens bij zijn theorie gezet worden. Zou het nu echt zo zijn dat de mensheid de beweging maakt zoals Van Egmond die schetst? Is het niet zo de meeste mensen eigenlijk al zo'n beetje in dat midden zitten? Ze zijn een beetje gelovig, een beetje materieel, ze denken aan zichzelf maar echt niet alleen. Velen zijn actief als vrijwilliger of mantelzorger. Als je een beetje normaal leeft en onderdeel bent van de gemeenschap dan kom je een beetje in het midden uit, zo is althans mijn eigen ervaring. In ieder geval CDA-ers en D66-ers zitten daar al, zou je zeggen.

Marginaal
Ik vroeg het Van Egmond. Zijn antwoord was vaag. 'Ja, er zijn mensen die zeggen dat iemand zelfs gedurende de dag al die stemmingen van het diagram doorloopt'. Een beetje een zwaktebod, of een vlucht naar voren, want daarmee gaat zijn stelling dat een volk of de mensheid als geheel op dit moment zo'n kringloop aan het maken is, dus niet meer op. En zijn die transition towns en energie-coöperaties van dit moment niet marginale verschijnselen en zullen ze dat niet ook blijven? Is het niet raar om in dat geval een hele theorie over waar de mensheid naar toe gaat op te hangen aan die verschijnselen, die marginaal zijn?

Blij
Van Egmond geeft constant af op de huidige tijd, op een soort 'verintellectueelde' SP-manier. Hij lijkt de negatieve kanten van de huidige samenleving te overdrijven. Aan de veelheid van de reclame op TV leidt Van Egmond af dat we materialistisch zijn. Maar hij gaat eraan voorbij dat de meeste mensen die reclame aan zich voorbij laten gaan. Waren mensen in de Middeleeuwen, toen er zoveel gebrek was, echt minder materialistisch dan nu? We geloven er niets van. Aan de ene kant is hij heel negatief over de huidige samenleving. Aan de andere kant doet hij heel blij want we gaan met zijn allen naar die cirkel in het midden. Hij toont zich een aanhanger van Hegel (these en antithese) maar hij gelooft aan de andere kant dat er dus een einde komt aan die eeuwige polarisatie, wat onwaarschijnlijk is.

Ken je klassieken
Ook opvallend is dat hij aan de uitgesproken linkerkant van het politieke spectrum zit; dus niet in het midden waar hij zou moeten zitten. Hij is heel kritisch op alles en iedereen. Banken zijn helemaal niets, die scheppen alleen maar geld. En hij is aanhanger van Keynes, een econoom die door veel linkse economen nog op handen wordt gedragen, hoewel inmiddels wel duidelijk is dat zijn theorie niet werkt. De 'General theory' (zijn hoofdwerk) is geniaal maar het is een karikatuur van de werkelijkheid, een manier om naar die werkelijkheid te kijken. Niet toevallig is dat Van Egmond in hetzelfde clubje zit als die enge Ewald Engelen, het Sustainable Finance Lab. Aan de andere kant toont hij zich aanhanger van de 'rechtse' econoom Milton Friedman, zonder dat hij het zelf beseft, want hij zegt dat de geldhoeveelheid ieder jaar met een vast percentage moet stijgen. Kortom een potpourri van ideeën waar geen touw aan vast te knopen is.

Neerbuigend
Buitengewoon flauw was zijn neerbuigende opmerking over economen. Die waren het volgens Van Egmond nooit eens met elkaar en hadden het nooit bij het rechte eind. Hij sprak zichzelf daarbij weer tegen, want even later zei hij dat het kabinet zich alleen maar baseert op economen en die denken en willen allemaal hetzelfde: namelijk liberaliseren en dat is natuurlijk heel slecht allemaal. Wat is het nu: zijn ze het nu allemaal eens met elkaar of niet? In ieder geval is economie een menswetenschap en dat maakt het iets lastiger dan in de natuurwetenschap om alomvattende theorieën op te stellen. Later kwam de aap uit de mouw. Klimaatwetenschappers worden volgens hem als criminelen neergezet als ze een klein foutje in een IPCC-rapport maken terwijl economen het constant bij het verkeerde eind hebben zonder dat ze daarop worden afgerekend. Daar is hij blijkbaar nogal gefrustreerd over.

Groepsdwang
Zelf had hij zich als een crimineel behandeld gevoeld tijdens een hoorzitting over het klimaatbeleid. Dat komt dan onder meer door opmerkingen van mensen als Richard de Mos, die verder niemand serieus neemt. Dat hij zich aangevallen voelde lijkt me een vrij persoonlijke interpretatie van het geheel. Er gaan miljarden naar beleid dat erop gericht is klimaatverandering tegen te gaan, dus het is niet meer dan logisch dat af en toe heel kritisch gekeken wordt naar de onderliggende rechtvaardiging. Van Egmond beroemde zich erop dat klimaatwetenschappers het zo met elkaar eens zijn. Maar dat lijkt me niet noodzakelijkerwijs een positief punt. Het kan er op wijzen dat er groepsdwang is of dat iedereen elkaar maar napraat. Het hoeft niet zo te zijn, maar het kán, en het is niet eens onwaarschijnlijk  dat deze processen aan de gang zijn binnen de mondiale klimaatwetenschap. Noem het dan ook niet als argument, maar draag inhoudelijke argumenten aan voor je stellingen!

Karikatuur
Kortom een enigszins gefrustreerde wetenschapper, met een aardige theorie. Die we echter ook weer niet te serieus moeten nemen want het is, net als alle theorieën, slechts een karikatuur van de werkelijkheid.

 

Jurgen Sweegers

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn